In het Midden-Oosten werkten we in 2020 in deze landen:

Afbeelding
Terugblik 2020: onze projecten en corona in Libanon

Libanon  

Op 4 augustus 2020 vond een enorme explosie plaats in het havengebied van de Libanese hoofdstad Beiroet. De ontploffing werd veroorzaakt door 2750 ton ammoniumnitraat dat al zes jaar opgeslagen lag in de haven. Zo’n 300.000 mensen werden getroffen en tienduizenden huizen werden onbewoonbaar. Officieel zijn meer dan 200 mensen om het leven gekomen en vielen er duizenden gewonden. Libanon kampte al met een diepe crisis, financieel, economisch, politiek en humanitair. Net als in vele andere landen veroorzaakte COVID-19 een crisis bovenop andere grote spanningen en moeilijkheden in het land. Door de burgeroorlog in Syrië heeft Libanon één van de grootste aantallen vluchtelingen per hoofd van de bevolking in de wereld, waaronder veel Syrische. Zij leven in extreme armoede en onder onacceptabele en gevaarlijke omstandigheden.   

In de eerste twee maanden na de explosie lag het accent op tijdelijke opvang van gezinnen, het uitdelen van warme maaltijden en psychosociale hulpverlening. Vanaf oktober is er begonnen aan een nieuwe fase. Via een netwerk van meer dan 20 lokale kerken konden hygiënekits en winterartikelen worden uitgedeeld aan circa 8.650 mensen (incl. vluchtelingen en migranten) in Beiroet, Bekaa, de berg Libanon en in de noordelijke gouvernementen. De hygiënekits helpen de overdracht van COVID-19 te voorkomen en bevatten onder meer bleekmiddel, zeep, handreinigingsmiddel, allesreiniger, waspoeder, poetsdoeken, rubberen handschoenen, maskers en een COVID-19 preventiefolder. De winterartikelen zorgen voor warmte en bescherming tegen de kou tijdens het winterseizoen en bestonden o.a. uit dekens, matrassen, jassen, kachels en subsidie voor brandstof. Deze hulp was een aanvulling op de uitgebreide voedselhulp van MERATH in het grotere gebied rond Beiroet en de lopende voedselhulpprogramma’s in het hele land.  

Afbeelding
Terugblik 2020: onze projecten en corona in Syrië

Syrië 

Volgens een schatting van de Verenigde Naties hadden in 2020 11,1 miljoen mensen in Syrië humanitaire hulp nodig, 4,7 miljoen daarvan verkeerden in acute nood. 6,1 miljoen mensen zijn ontheemd en het overgrote deel vluchtte naar omringende landen. Scholen, watervoorzieningssystemen en huisvesting zijn op grote schaal beschadigd. Na tien jaar oorlog is de capaciteit van de ziekenhuizen en het gezondheidssysteem in het land minimaal. Dit gaat niet alleen over beschikbare infrastructuur en medicijnen, maar ook over het aantal bekwame dokters. In gebieden waar de vijandelijkheden zijn afgenomen, blijft het leven een dagelijkse strijd vanwege de beperkte toegang tot basisdiensten, levensonderhoud en toenemende financiële problemen.  

Op 30 maart 2020 werd het eerste sterfgeval als gevolg van COVID-19 vastgesteld in Syrië. Toen het virus zich snel verder verspreidde in het land stelde de overheid verschillende maatregelen voor. Er konden slechts enkele testcentra worden opgezet en registratie van het aantal mensen wat besmet is, is minimaal. Als gevolg van de maatregelen gingen de prijzen van levensmiddelen meer dan 100% omhoog. Naar schatting leeft meer dan tachtig procent van de bevolking onder de armoedegrens. De economische neergang zal het herstel van het land verder vertragen en velen nog kwetsbaarder maken.  

COVID-19 betekende voor de projecten dat goedkeuringen op zich lieten wachten en moesten worden uitgesteld. Vrijwel alle projecten hadden te lijden onder vertraging omdat personeel van partnerorganisaties een voor een getroffen werden door het virus.  

Tearfund verleende in 2020 hulp bij de wederopbouw door o.a. reparatie van woningen. Tenminste 360 mensen zijn ondersteund op het gebied van duurzame landbouw zodat ze weer in het levensonderhoud van hun gezin kunnen voorzien en kunnen bijdragen aan de opbouw van hun dorpen. 550 mensen zijn geholpen met bijenhouden en het opbouwen van hun veestapel. 1.500 jongeren van 13-17 jaar die in detentiecentra verblijven, ontvingen noodzakelijke middelen zoals voedsel, kleding, zeep en maandverband. Er is gewerkt aan het lokaliseren van de families van de jongeren om hen te informeren over de rechten van hun kinderen en hun verblijfplaats. Dit heeft als doel het aantal bezoeken van en/of het contact dat de jongeren met hun verzorgers te behouden of te vergroten. De jongeren krijgen ook psychosociale hulp door middel van creatieve therapie. In Homs (een stad in het westen) konden we 20 huizen repareren dankzij de financiële steun van verschillende Nederlandse bouwbedrijven. In vier grote steden volgden 95 mensen een vaktraining en op die manier werden zij geholpen bij het opzetten van een eigen bedrijfje.