Op jonge leeftijd wist Diana al dat ze juf wilde worden. Als ze eerder uit was op de mavo, ging ze regelmatig naar de kleuterschool om de juf daar mee te helpen. Inmiddels werkt ze ruim dertig jaar in het onderwijs en staat ze sinds 2020 weer voor de klas bij de kleuters. Eén van de bijzonderste dingen hieraan vindt ze dat ieder kind uniek is. ‘Ze kunnen nog alle kanten op ontwikkelen en hebben toch ook al een volledig eigen karakter’, vertelt Diana. ‘De meeste vierjarigen zijn nog heel puur en onbevangen, tegelijkertijd weet je dat dit de volwassenen van de toekomst zijn. Het blijft bijzonder om te zien hoe ze zich ontwikkelen.’

Bij kleuters is het vooral belangrijk dat hun ontwikkeling wordt gestimuleerd.

Sinds de pandemie is het werk van leerkrachten flink veranderd en op de proef gesteld. ‘In het begin hadden we veel last van uitval, want als leerkracht mag je niet werken als je coronagerelateerde klachten hebt. In het onderwijs was er sowieso al best wel een tekort. Normaal gesproken merk je dat niet in de gewone bezetting, maar wel als een leerkracht ziek is. Dan moet er natuurlijk vervanging geregeld worden. Dat is best pittig, zeker voor mensen die samen een groep delen. Als de ene collega dan uitvalt, moet de ander de groep toch draaiende houden.’

Afbeelding
Klaslokaal met opdrachten  voor de kleuters - thuisonderwijs
Een keer in de twee weken haalden de kinderen een nieuwe bingokaart en materialen op die ze voor de opdrachten konden gebruiken.

Ontwikkeling stimuleren ondanks thuisonderwijs

Een andere grote uitdaging door corona was de omschakeling naar thuisonderwijs. Diana: ‘Kleuters zijn heel afhankelijk van hun ouders, dus we moesten het onderwijs zo vormgeven dat het ook voor hen te behappen was. Oudere kinderen kunnen aardig zelf uit de voeten: als ze iets niet weten kunnen ze de leraar zelf een vraag stellen, maar een kleuter kun je natuurlijk moeilijk via een scherm bereiken.’ Om kinderen toch iets mee te geven, kregen ze een bingokaart met in elk vakje een opdracht. De ouders konden de opdrachten iedere week zelf inplannen.

‘Bij kleuters is het vooral belangrijk dat hun ontwikkeling wordt gestimuleerd. In het ene gezin wordt bijvoorbeeld wel voorgelezen en geknutseld, in het andere niet. Daarom lieten we de ouders ook wel vrij in de opdrachten, zolang er maar wel iets gedaan werd. Naast de opdrachten was er ruimte voor individueel contact. Als een kind daar behoefte aan had konden we videobellen. Sommige kinderen vonden dat te spannend, anderen vonden het juist heel leuk en lieten dan van alles in huis zien via het scherm.’

‘We vroegen ouders om foto’s te sturen als kinderen een opdracht hadden gemaakt. Zo konden we controleren of er thuis iets gedaan was’, vertelt Diana. Toch was dat soms ook best een uitdaging. Sommige ouders, bijvoorbeeld mensen die niet goed Nederlands spreken, waren slecht bereikbaar. ‘Gelukkig merkten we ook dat ouders die hier meer moeite mee hadden werden geholpen door andere ouders. Dat is denk ik wel een voordeel van dat ik op een school werk met kleine klassen in een dorp.’

Afbeelding
Groep 1 en 2 tijdens thuisonderwijs basisschool
Via Whatsapp stuurden ouders foto's van de opdrachten. Op foto 4 vertelt een juf een bijbelverhaal.
We zien wel dat jonge kinderen flexibel zijn en zich dus gelukkig snel weer aanpassen.

Weer naar school

Nu kinderen weer naar school mogen, merkt Diana dat dat best even wennen is. ‘Sommige kinderen hebben weken geen andere kinderen van hun leeftijd gezien, anderen juist wel omdat ze naar de noodopvang gingen. We zien wel dat jonge kinderen flexibel zijn en zich dus gelukkig snel weer aanpassen.’ Toch was de omschakeling voor leerkrachten ook behoorlijk pittig. ‘Tot vrijdag moesten we online onderwijs geven, en op maandag moesten we meteen weer voor de klas staan. Collega’s die lesgeven in de bovenbouw moesten meteen starten met toetsen. De overheid stelt geld beschikbaar om de leerachterstand zoveel mogelijk te beperken, maar daarvoor moet je wel weten waar kinderen staan en het dus kunnen onderbouwen. Het is dan best heftig om te zien dat kinderen onderuitgaan bij zo’n toets omdat ze zo lang thuis hebben gezeten. Bij de kleuters moeten we in het voorjaar beslissen of ze klaar zijn om door te gaan naar groep 3, maar ook dat is best lastig omdat je ze zo weinig hebt gezien. Hoe kun je dan weten of een kind er klaar voor is?’

Minder contact

‘Het blijft gek dat je ouders nauwelijks meer spreekt sinds corona’, vertelt Diana. Ze brengen een kind niet meer de klas in, waardoor je als leerkracht niet meer hoort hoe het thuis gaat. ‘We doen alle gesprekken met ouders online, maar sommige moeilijke gesprekken wil je gewoon heel graag live voeren. Daarnaast moet je nu toch wel meer een drempel over om iemand te spreken dan wanneer je elkaar op het schoolplein tegenkomt. Sowieso is het werk heel anders geworden. Zeker toen de scholen dicht waren en ik de hele dag achter een beeldscherm aan het werk was, voelde het niet meer als het werk waar ik ooit voor gekozen heb. Je baan ziet er gewoon heel anders uit.’

Tegelijkertijd hoopt Diana dat ouders door het thuisonderwijs een beter beeld hebben van waar hun kind mee bezig is op school. ‘Als leerkrachten ervaren we meer afstand met ouders, maar school is nu ook bij hen thuis gekomen. Ze zien zelf beter waar hun kind mee bezig is, maar ook waar hij of zij goed in is of juist tegenaan loopt. Op de school waar ik hiervoor werkte, vroeg een ouder bijvoorbeeld weleens of ik hun kind extra wilde helpen met rekenen omdat het hen zelf niet lukte. In die zin merk je dat het respect voor ons vak vanuit de ouders is gegroeid.’

Nieuwe energie

Nu de basisscholen weer open zijn, voelt Diana ook een soort nieuwe energie. ‘Het digitaal lesgeven was toch meer eenrichtingsverkeer. Op school doe je het echt samen met de kinderen; dat er weer echt contact is en je de creativiteit van kinderen ziet maakt het werk heel leuk. We proberen die creativiteit ook echt te bevorderen en kinderen te leren zelf initiatief te nemen. Dat is heel belangrijk.’ Diana werkt nu zelf met een groep van ongeveer twintig kinderen en hoopt dat de klassen ook op andere scholen kleiner worden. ‘Dan wordt de werkdruk voor leerkrachten minder groot, en het geeft kinderen meer ruimte. Onderwijs gaat over meer dan alleen resultaten.’

Afbeelding
Kerk & Community

Kerk & Community

Kerken vormen het hart van ons werk. In binnen- en buitenland werken we met de kerk om verschil te maken, omdat we geloven in de kracht van de kerk. Kerken zijn overal, in kleine dorpen en grote steden. Samen vormen kerkleden een grote vrijwilligersbeweging; vanuit hun geloof zijn ze gemotiveerd om anderen te helpen. Tearfund werkt samen met de kerk bijvoorbeeld aan initiatieven in een dorp, stad of wijk die helpen in de strijd tegen armoede en onrecht. Ook kunnen we bij een ramp en conflict via de kerk snel hulp verlenen.
Gerelateerde content
Stichting Groev
Verhaal
Lees meer
22 februari 2021

Thijs en Levi maken muzikant zijn toegankelijk voor jongeren met een beperking

Met hun gedeelde liefde voor muziek en lesgeven richtten Thijs Mijnster (32) en Levi Westra (28) in september 2020 [...]
Lees meer
Tearfund ambassadeur Otto de Bruijne
Verhaal
Lees meer
10 februari 2021

Otto de Bruijne schreef voor de Veertigdagenkalender over het verschil maken

Hij mijdt het nieuws, schildert erop los en leest zijn vrouw voor. Otto de Bruijne noemt zijn leven sinds de lockdown [...]
Lees meer
Wietske Kruyswijk
Verhaal
Lees meer
17 februari 2021

Waarom de Veertigdagentijd zo belangrijk is voor Wietske Kruyswijk

Vandaag begint de Veertigdagentijd. Een tijd van bezinning. Wietske Kruyswijk vertelt hoe zij de Veertigdagentijd [...]
Lees meer
Paulien Vervoorn
Verhaal
Lees meer
20 januari 2021

Paulien Vervoorn over haar veertigdagentijd

De nieuwe veertigdagenkalender van Tearfund ligt voor je klaar. De kalender staat boordevol overdenkingen, weetjes én [...]
Lees meer