Voordat ik bij Tearfund ging werken, vond ik ze vaak wat overdreven. Zeker als het ging over wederkerigheid. Nu ik er werk, merk ik dat mijn blik op de wereld veranderd is.
Ik leerde Tearfund rond 2013 kennen en was best wel onder de indruk van hun kijk op armoede en rijkdom. In navolging van Jezus hadden ze een scherpe blik op wat rijkdom (in ieder geval niet het hebben van veel geld) en armoede is. Dit klopte heel erg met het wereldbeeld dat ik zelf had: van delen word je rijker.
Ik was ook enthousiast over de rol die de kerk speelt in het werk van Tearfund. De kerk als changemaker in de wereld: dat maakte iets in mij los. Het idee dat we als wereldwijde kerk aanwezig zijn en er in alle liefde zijn voor onze medemens. Dat is toch fantastisch?
Maar op één vlak vond ik Tearfund wat irritant en overdreven: wederkerigheid. Dat wij net zoveel zouden kunnen leren van mensen die in armoede leven als zij van ons. Ik dacht – als ik even heel eerlijk ben – ‘Ja, ammehoela! We hebben in Nederland toch veel minder armoede, omdat wij het allemaal veel beter snappen? Wij hebben de zaken toch veel beter op orde? ‘
Toen ik in 2023 bij Tearfund ging werken, dacht ik misschien stiekem dat ik aan die misvatting over wederkerigheid iets kon doen. Tot ik voor Tearfund op reis ging naar Indonesië.
In een kerk in Kalikendel, Midden-Java kregen we uitleg over hoe zij actief zijn om samen het CCT-programma van Tearfund toe te passen in hun kerk en buurt en zo de armoede die er is aan te pakken. In dit dorp is 98% van de mensen moslim en deze kleine groep van christenen streed voor hun plek. Niet door conflict te zoeken, maar juist door van dienst te zijn voor de rest van de gemeenschap.
Zo hadden ze een moestuin met kruiden die ze verkochten aan de plaatselijke koks. Zo maakten ze contact met de rest van het dorp én verdienden ze geld. Ze vierden kerst met de hele buurt én Eid al-Fitr bij de naastgelegen moskee om het contact met de buurt te versterken. We kregen van deze en andere activiteiten een mooie presentatie. We stelden verdiepende vragen en er kwam ook een moment dat er de kerkleden aan ons vragen stelden.
Slik. Hier was ik even niet op voorbereid.
Eén van de kerkleden vroeg aan mij: ‘En wat doen jullie in Nederland eigenlijk aan CCT? Hoe zijn de kerken in Nederland er voor hun buurt?’ Slik. Hier was ik even niet op voorbereid.
In mijn hoofd kwam er een wirwar aan gedachten: ‘Wij doen het toch hartstikke goed in Nederland? Wij weten heus wel hoe we kerk moeten zijn. Misschien niet zo bezig met onze eigen buurten, maar pfff… Wie zijn jullie om daar kritiek op te hebben?’ Ik dacht aan mijn eigen kerk en hoe weinig wij – eerlijk gezegd – bezig waren met onze buurt.
Het was natuurlijk geen kritiek. Er was een oprechte vraag. Een vraag met een zorg over de leeglopende Nederlandse kerk en hoe we daar mee omgaan. Ik realiseerde: misschien hebben we in Nederland minder armoede, maar bij tal van andere zaken kunnen wij veel leren.
Wat ik op dat moment voelde was mijn eigen schaamte over mijn hoogmoedige gedachte dat wederkerigheid niet zou bestaan. Het bracht mij helemaal op de plek van gelijkwaardigheid.
Kerken over de hele wereld hebben dezelfde uitdaging: samen God zoeken en aanbidden, en er zijn voor de mensen in je eigen buurt, de armen en de mensen die het moeilijk hebben. Iedere kerk loopt tegen hun eigen uitdaging aan, maar ook iedere kerk doet iets waar de ander van kan leren. Ongeacht het land waar de kerk is. Mijn blik is veranderd.
In het voorjaar van 2026 delen we verhalen over veelvoorkomende stereotypen, misvattingen en vooroordelen. Daarnaast nemen we je mee naar de landen waar we werken en laten we zien wat je daar misschien nog niet over wist. Lees mee, deel het met anderen en update samen met ons je wereldbeeld!
Guido Liebregts is teamleider Programma Nederland bij Tearfund.