Vorige week bezocht Tearfund-directeur Guido de Vries het Tawila-vluchtelingenkamp in het westen van Soedan. De gesprekken met de mensen daar schetsen een onthutsend beeld van de gruwelijkheden die in het land plaatsvinden.
Een tekort aan water, slechte hygiënische omstandigheden en mensen hebben geen zicht op een terugkeer naar huis.
Guido de Vries werkte eerder zes jaar in Soedan. Hij merkt dat het huidige geweld extremer en systematischer is dan in het verleden. ‘Ik sprak eigenlijk niemand die geen familieleden had verloren. Mensen ontvluchten het geweld in de steden, maar zelfs tijdens de dagenlange vlucht naar Tawila zijn ze niet veilig. Velen raken onderweg familieleden kwijt of worden slachtoffer van aanvallen. In het kamp zelf overlijden nog dagelijks mensen door ondervoeding, ziekte en een gebrek aan voorzieningen.’
In Soedan wordt al jaren heftig gevochten tussen de paramilitaire RSF (Rapid Support Forces, red.) en het Soedanese regeringsleger. RSF heeft vooral grote delen van het westen van het land veroverd, waaronder Darfur, waar ook Tawila ligt. Het conflict in Soedan is uitgegroeid tot een van de grootste humanitaire crises ter wereld. Volgens Unicef zijn meer dan 33 miljoen mensen afhankelijk van humanitaire hulp. Sinds het uitbreken van de burgeroorlog in april 2023 zijn naar schatting meer dan 150.000 mensen omgekomen.
Volgens Guido onderscheidt de oorlog zich niet alleen door de omvang, maar ook de extreme wreedheid. ‘Ik heb in verschillende conflictgebieden gewoond en gewerkt, maar de verhalen die ik in Darfur hoorde zijn van een andere orde. Hele gemeenschappen zijn verdreven of uitgeroeid. De angst en het trauma zitten overal.’
Wat mij het meest trof was de enorme omvang van het kamp. Er zijn ongekend veel mensen op één plek.
De situatie in het vluchtelingenkamp in Tawila is eveneens mensonterend. In en rondom het dorp hebben zich afgelopen anderhalf jaar honderdduizenden mensen gevestigd, vooral nadat El Fasher, de hoofdstad van Darfur, in handen viel van de RSF. Naar schatting verblijven er inmiddels tussen de 700.000 en 800.000 mensen en dagelijks arriveren nieuwe vluchtelingen. ‘Wat mij het meest trof was de enorme omvang van het kamp. Er zijn ongekend veel mensen op één plek. Er is een acuut tekort aan water, de hygiënische omstandigheden zijn slecht en mensen hebben totaal geen zicht op terugkeer. Veel gezinnen proberen simpelweg de volgende dag te halen.’
Tijdens zijn bezoek sprak hij onder meer een jonge vrouw van achttien jaar. ‘Haar ouders waren vermoord in El Fasher. Nu zorgt zij alleen voor vier jongere broers en zussen. Uiteindelijk stelde zij dezelfde vraag als zoveel anderen die ik ontmoette: vergeet ons niet en help ons.’
Een ander moment maakte diepe indruk op hem. ‘Toen we door het kamp reden zag ik overal hoopjes zand met wat doornstruiken eromheen. Ik vroeg wat het was. Het bleek een begraafplaats te zijn. Over een enorm terrein lagen honderden graven verspreid. Dat beeld zal ik niet snel vergeten.’
Tearfund biedt samen met lokale partners levensreddende hulp aan mensen in het kamp. Gezinnen ontvangen voedselpakketten en krijgen ondersteuning om opnieuw een inkomen op te bouwen. Daarnaast werkt Tearfund aan bescherming van vrouwen en meisjes, bijvoorbeeld door verlichting te plaatsen bij gemeenschappelijke toiletten. Ook worden veilige plekken ingericht waar mensen kunnen praten over verlies, geweld en trauma.
Volgens Guido de Vries krijgt de crisis in Soedan veel te weinig internationale aandacht. ‘Heel eerlijk: grotendeels is Soedan door de wereld vergeten. Maar we mogen machteloosheid niet het laatste woord laten hebben. We moeten blijven vertellen wat daar gebeurt. We mogen niet over vijf jaar terugkijken en zeggen dat we eerder hadden moeten handelen.’ Die oproep is volgens De Vries extra urgent nu de oorlog zich verder dreigt uit te breiden.
De RSF rukt op richting El Obeid, een strategisch belangrijke stad met ongeveer een half miljoen inwoners. VN-mensenrechtencommissaris Volker Türk waarschuwde vorige week dat zich daar opnieuw een mensenrechtenramp dreigt te voltrekken. Guido: ‘Met de dreiging rond El Obeid staan we mogelijk aan de vooravond van een nieuwe humanitaire catastrofe. De ontwikkelingen vertonen zorgwekkende overeenkomsten met wat eerder gebeurde in El Fasher. De internationale gemeenschap mag niet opnieuw wegkijken. El Fasher liet zien wat er gebeurt wanneer de wereld te laat reageert.’