Wat Guido de Vries tijdens zijn recente bezoek aan Soedan zag, was schokkender dan alles wat hij er eerder meemaakte. Toch blijft de internationale aandacht voor deze crisis pijnlijk beperkt. Lees de opiniebijdrage die onlangs ook in Trouw werd gepubliceerd.
Het trauma was zichtbaar op de gezichten van de mensen in het kamp
Ruim 20 jaar heb ik gewerkt in landen die werden getroffen door oorlog, armoede en humanitaire crises, waaronder vijf jaar lang in Soedan. Onlangs was ik opnieuw in het land. Wat ik daar aantrof, en vooral de brutaliteit ervan, was van een nieuwe orde. De terreur van de rebellengroep Rapid Support Forces (RSF) is extremer en systematischer dan in het verleden. Tegelijkertijd blijft het op het geopolitieke wereldtoneel oorverdovend stil. Na mijn recente bezoek vraag ik me af hoe dat mogelijk is.
Vorige week bezocht ik namens Tearfund het vluchtelingenkamp Tawila in Noord-Darfur, Soedan. Het was een reis van drie dagen, langs tientallen checkpoints die werden bemand door tieners met kalasjnikovs. Soms deden we uren over een paar kilometer vanwege de onbegaanbare wegen. Op andere momenten reden we met hoge snelheid langs uitgebrande auto’s om drones te vermijden.
Na drie dagen reizen kwamen we aan in een enorm kamp, met honderdduizenden inwoners, midden in de woestijn en zonder voldoende voorzieningen. De mensen die dit kamp bereiken, hebben weten te ontkomen aan het geweld. Vele anderen zijn in hun woonplaats vermoord door de RSF, onder meer in de nabijgelegen stad El Fasher. Anderen zijn onderweg opgejaagd en gedood. Wat mij het meest trof, was hoe bruut en systematisch dit geweld is.
De schattingen van het aantal doden lopen uiteen van 150.000 tot meer dan 400.000 sinds het uitbreken van de burgeroorlog in 2023. Ook in het kamp was de dood nooit ver weg. Op een gegeven moment werd ik meegenomen naar de rand van het kamp. Terwijl ik over de woestijn uitkeek, zag ik overal kleine hopen zand. Het bleken graven te zijn van mensen die in het kamp waren overleden. Het gevoel van machteloosheid bekroop mij.
We mogen niet stilzwijgend toekijken
Als ontwikkelingsorganisatie kunnen we gelukkig samen met lokale partners iets van het leed verlichten. Maar daarmee stoppen we het genocidale geweld van de RSF niet. Daarvoor is de internationale gemeenschap nodig. Juist daar blijft het al jaren oorverdovend stil. Deze week werd in EU-verband wel een resolutie aangenomen waarin de betrokkenheid van de Verenigde Arabische Emiraten bij het Soedanese conflict wordt benoemd. Dat is een belangrijke stap. Maar het is naïef te denken dat daarmee een einde aan de oorlog komt.
We moeten de stilte rond Soedan doorbreken. Dat begint met het blijven benoemen van de gruwelijkheden en met erkenning van het leed. Na deze reis voel ik mij daartoe meer dan ooit verplicht. Het trauma was zichtbaar op de gezichten van de mensen in het kamp, niet in de minste plaats bij de kinderen.
Ondertussen rukt de RSF steeds verder op naar het noorden, richting de stad El Obeid. Deze stad met ongeveer een half miljoen inwoners dreigt het volgende strijdtoneel te worden tussen het Soedanese leger en de RSF. El Obeid is van grote strategische waarde. Met de belegering van de stad breidt de RSF haar invloed uit in de richting van Khartoem, het epicentrum van de Soedanese macht.
Vorige week sloeg VN-mensenrechtencommissaris Volker Türk alarm. Voor El Obeid geldt volgens hem inmiddels ‘code rood’. Zijn waarschuwing was duidelijk: ‘Er ontvouwt zich opnieuw een mensenrechtenramp in Soedan.’
Met de dreiging rond El Obeid staan we mogelijk aan de vooravond van een nieuwe massaslachting. De ontwikkelingen vertonen zorgwekkende overeenkomsten met wat eerder in El Fasher gebeurde. Daarom mogen we, als Nederland en als internationale gemeenschap, niet zwijgen tegenover genocidaal geweld. We mogen niet stilzwijgend toekijken hoe mensen worden vermoord vanwege wie zij zijn of tot welke groep zij behoren. Alle diplomatie begint met erkenning. Daarom doe ik een ondubbelzinnige oproep: erken het onnoemelijke leed in Soedan en roep de regionale machten die dit conflict in stand houden met wapenleveranties ter verantwoording. El Fasher liet zien wat er gebeurt als de wereld wegkijkt. Laten we niet dezelfde fout maken in El Obeid.
Guido is sinds mei 2023 directeur van Tearfund. Daarvoor heeft hij 20 jaar gewerkt op het gebied van humanitaire hulp en ontwikkelingssamenwerking, onder meer in Soedan, Myanmar, Sri Lanka, Zuid-Soedan en Oeganda.