Voor veel jonge Nepalezen lijkt werken in het buitenland de enige uitweg uit armoede. Ook Rajendra vertrok. Dit is zijn verhaal.
Ik bezweek onder een te zware last die ik droeg.
Na de middelbare school waren er nauwelijks banen, en toen de vader van Rajendra overleed, kwam de verantwoordelijkheid voor het gezin op zijn schouders terecht. Hij besloot om in het buitenland te gaan werken om zijn familie te kunnen onderhouden.
Rajendra (27) groeide op in Nepal, in een gebied waar tradities een grote rol spelen. De rollen lagen vast, vooral voor vrouwen: mannen bepaalden en werkten, vrouwen volgden en hadden vooral een taak in huis. Zo was het altijd geweest. Toch begon hij al op jonge leeftijd te twijfelen. ‘Ik voelde dat sommige dingen niet klopten, ook al kon ik dat toen nog niet goed onder woorden brengen.’
Rajendra groeide op als hindoe, bad tot verschillende godinnen en nam deel aan offerrituelen. ‘Tijdens het aanbidden vroeg ik me steeds af: waarom doe ik dit? Wat betekent het eigenlijk? Maar ik kreeg daar geen bevredigende antwoorden op.’
Via vrienden kwam hij in aanraking met een kerk en begon hij zich steeds meer voor het christelijk geloof te interesseren. ‘Ik zocht naar vrijheid en verlossing. Uiteindelijk kwam ik tot het besef dat alleen Jezus mij echte vrede kon geven. Ik was de eerste christen in mijn familie en zelfs in mijn gemeenschap. Het was een moeilijke stap, want het leidde thuis tot spanningen.’
Rajendra trouwde met een vrouw uit een andere kaste, die ook christen was geworden. Kort daarna besloot hij naar Maleisië te vertrekken om te werken. ‘Mijn vader was net overleden en mijn moeder kon niet lezen of schrijven. Zij en mijn vrouw woonden bij ons in huis. Onze financiële situatie was slecht en omdat ik hier geen toekomst zag, was werken in het buitenland de enige optie om voor mijn gezin te zorgen.’
In Maleisië werkte hij maandenlang als ongeschoolde arbeider. Het werk was fysiek zwaar en vernederend. ‘Ik voelde me daar meer een slaaf dan een vrij mens. Ik herinner me nog goed de dag dat ik bezweek onder een te zware last die ik droeg.’
Ik hoop dat ook anderen de kansen krijgen die ik heb gehad.
Terwijl Rajendra in het buitenland werkte, leefden zijn vrouw en moeder samen. Zijn afwezigheid en de afstand maakten het samenleven ingewikkeld. Financieel ging het beter, maar juist het geld bracht ook spanningen tussen die twee. Er ontstonden conflicten over de besteding en het onderlinge wantrouwen groeide. ‘Kleine misverstanden groeiden uit tot grotere conflicten. Ik voelde me machteloos, zo ver verwijderd van thuis. Ik merkte dat mijn gezin mij nodig had, niet alleen voor het geld, maar ook om de rust te bewaren.’ Uiteindelijk besloot Rajendra terug te keren naar Nepal.
In die periode hoorde Rajendra via onze partnerorganisatie over een training die vrouwen helpt om zelfstandiger te worden en een eigen inkomen te verdienen. Dat sprak hem meteen aan. Hij zag hoe vrouwen in zijn omgeving vaak afhankelijk waren, terwijl zij ook talenten en ideeën hadden. De training gaf hem een nieuw perspectief op wat mogelijk is binnen een gezin en een gemeenschap. Hij begon anders te kijken naar familie en onderlinge verhoudingen. Vooral zijn kijk op de rol van vrouwen veranderde hierdoor. ‘Vroeger dacht ik dat vrouwen alleen thuis hoorden te werken en dat mannen alle beslissingen moesten nemen. Nu weet ik dat dat een oude manier van denken is. De situatie thuis is echt veranderd. Waar ik eerst bepaalde wat mijn vrouw moest doen, delen we nu verantwoordelijkheden en runnen we samen een geitenhouderij.’
Rajendra werd zich in deze periode ook bewust van de kwetsbaarheid binnen zijn familie, vooral die van zijn vaders zus. Zij heeft een lichamelijke en verstandelijke beperking en werd jarenlang slecht behandeld door de mensen in haar omgeving. Rajendra voelde zich verantwoordelijk en zette zich in om haar te beschermen: hij haalde haar weg uit de situatie waarin zij werd mishandeld en nam haar mee naar hun huis, waar ze nu veilig is en met respect wordt behandeld.
De lessen over gendergelijkheid maakten deel uit van een breder programma dat mensen ondersteunt om in hun eigen dorp een bestaan op te bouwen en samen te werken aan een veilige en betrokken gemeenschap. Vandaag de dag bouwt Rajendra aan zijn bestaan met landbouw en het houden van geiten. De kennis die hij dankzij de trainingen heeft opgedaan, deelt hij ook met zijn omgeving. Zo ondersteunt hij niet alleen zijn eigen gezin, maar ook zijn gemeenschap.
Zijn dromen zijn helder. ‘Ik wil in Nepal blijven, hier ligt mijn toekomst. Ik wil mijn familie ondersteunen en een rustig en gelukkig leven leiden. Niet rijk, maar tevreden. Een goed leven draait om samenwerking, respect en zorg voor elkaar. Ik hoop dat dit programma naar nog veel meer dorpen gaat, omdat er nog zoveel armoede is. Zodat ook anderen de kansen krijgen die ik heb gehad.’
Het verhaal van Rajendra staat niet op zichzelf. Meer dan 2,1 miljoen Nepalezen werken in het buitenland. Veel van hen gaan naar landen als de Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi-Arabië, Qatar en Koeweit. Het gaat vooral om jonge mensen: de meeste arbeidsmigranten zijn tussen 18 en 44 jaar oud, met een grote groep tussen 25 en 34 jaar.
Samen kunnen we dat veranderen! Tearfund ondersteunt wereldwijd kerken en gemeenschappen die mensen als Rajendra helpen om zelf uit armoede te komen. Met jouw bijdrage krijgen gezinnen training, begeleiding en ondersteuning om een eigen bedrijf op te zetten, bijvoorbeeld een veehouderij, een groentetuin of een kleine winkel.